Luister ook eens naar de Indonesische stemmen (16 jan. 2019)

Het onderstaande artikel is verschenen in de NRC van 15 jan. 2019. De foto hierboven, behorend bij het artikel, is van: Illustratie Hajo.
.

Het is vijftig jaar geleden dat Joop Hueting op nationale televisie een steen door de ruit gooide. Hueting, zelf als dienstplichtig soldaat uitgezonden naar Nederlands-Indië, beschreef in de geruchtmakende Achter het Nieuws-uitzending van 17 januari 1969 een reeks oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen tijdens de politionele acties (1945-1949). De boodschap van Hueting, in november op 91-jarige leeftijd overleden, is pas recent echt beklijfd. Maar waar blijven de Indonesische stemmen in het debat?

Pas vijftig jaar na Huetings tv-optreden is een breed onderzoek gestart naar het Nederlandse militaire optreden in Indonesië. Meer inzicht in het eigen daderschap is van groot belang voor een beter begrip van de koloniale erfenis.

Maar het debat gaat nog vooral over onszelf. Men voert – belangrijke – discussies over het vermeende goed en het kwaad van kolonialisme, maar kijkt nauwelijks over de schutting. Vanuit Indonesië klinken stemmen die vooral vragen naar een breder begrip van de koloniale erfenis, over de lands- en de tijdsgrenzen heen. Die Indonesische stemmen en debatten klinken in Nederlandse publieke discussies, literatuur, films, media en in de geschiedschrijving nog maar weinig door. Maar ze zijn cruciaal om de gezamenlijke geschiedenis onder ogen te kunnen zien.

Historici Martijn Eickhoff en Anne-Lot Hoek doen onderzoek bij instituten NIOD en KITLV.

Jeffry Pondaag was zestien jaar toen hij in de zomer van 1969 vanuit Indonesië in Nederland aankwam. Zijn familie in Nederland, ooms en tantes van gemengde afkomst die eerder uit Indië waren vertrokken, hadden naar Hueting gekeken op tv, en waren boos. Pondaag kon niet begrijpen dat zijn familie „die Indonesiërs” als „terroristen” beschouwden. „Wij waren toch vrij op 17 augustus 1945?”

Anders dan zijn familieleden in Nederland identificeerde Pondaag, wiens vader Indonesisch is, zich met zijn Indonesische achtergrond. Veel medestanders had hij niet en op straat werd hij voor „moordenaar” uitgemaakt.

De vragen die Pondaag sindsdien is blijven stellen rond de legitimiteit van de Nederlandse bezetting van Indonesië tussen 1945 en 1949, tonen het onvermogen om Indonesische stemmen hier een volwaardige plaats te geven. Eerst waren ze ‘nog niet rijp’ om hun eigen land te besturen, later werden ze als criminele geweldplegers weggezet.

Zelfbeschikkingsrecht

Al in 1918 verspreide de Javaanse nationalist R.M. Soerjo Poetro een verkiezingsmanifest onder in Nederland verblijvende Indonesiërs. Poetro riep zijn landgenoten op om voor de partij te stemmen „die de losmaking van Indonesië van Nederland voorstaat”. Hij schreef: „De wordende Indonesische Staat behoeft het allernoodzakelijkst: het zelfbeschikkingsrecht.” Indonesiërs in het Nederlandse debat pleitten in de jaren daarop herhaaldelijk voor Indonesische onafhankelijkheid. Veel effect had het niet: een beetje meepraten mocht, maar Nederland bepaalde de agenda.

Inzicht in eigen daderschap is van belang, maar het debat over onze koloniale erfenis gaat nog teveel over onszelf.

De boodschap van onafhankelijkheid die Sukarno en Hatta op 17 augustus 1945 hadden uitgesproken vond in Nederland weinig weerklank, en dat bleef zo. Het mondde uit in een bloedige oorlog, die in Nederland als de ‘politionele acties’ de geschiedboeken inging. Nederland accepteerde de Indonesische vrijheid pas in 1949. „Als Nederland aan die datum vasthoudt, waren de doden onder de Indonesische bevolking van 1945 tot ’49 formeel dus nog Nederlandse onderdanen”, zegt Pondaag. „Waarom worden zij dan niet herdacht op 4 mei op de Dam?”

Het is een valide vraag: de gesneuvelde Nederlandse militairen in Indonesië worden wel herdacht. Daaruit spreekt een eenzijdige nationale identificatie met de geschiedenis.

Door Hueting kwam de focus in het debat in de late jaren zestig op de door hem benoemde oorlogsmisdaden te liggen en dat bleef decennia zo. Dat was ook opportuun, aangezien de Nederlandse regering die zaak wegmoffelde in de zogenoemde Excessennota, in juni ’69 tot stand gekomen onder leiding van historicus Cees Fasseur (1938-2016). Daardoor was er maar weinig interesse voor wat er bij de Indonesiërs zelf leefde. Bovendien verdrukt het zware focus op slachtofferschap het vrijheidsideaal van de revolutie, waar Nederlandse historici vrijwel geen aandacht aan gaven.

Praat mee met NRC

De Indonesische journalist Aboeprijadi Santoso (1947), die in 1967 naar Nederland kwam, zag de oorlogsmisdadendiscussie hoofdzakelijk als „een kwestie van schaamte en verloren eer door het Nederlandse leger.” En in Indonesië speelden destijds andere kwesties: de massamoord op vermeende communisten (1965) en later het geweld in Oost-Timor. Niet zozeer de details als wel de continuïteit – „het effect van de normaliteit” – van het geweld was voor hem belangrijk. Eerst Atjeh, toen de revolutie, de Nederlandse oorlogsmisdaden, en vervolgens Suharto.

Goede relatie met Suharto

Maar ook ‘’65’ – met 500.000 vermoorde Indonesiërs – werd in Nederland nagenoeg genegeerd. Economische belangen en een goede relatie met de nieuwe president Suharto prevaleerden. Voor vragen over continuïteiten en discontinuïteiten in de gezamenlijke geschiedenis was geen ruimte. Toen Hueting vier jaar later stelling nam, klonken er in het debat dan ook niet alleen vanuit Nederlandse militaire kring bezwaren over een onderzoek naar oorlogsmisdaden, maar ook vanuit Indonesië. Zo liet de Indonesische ambassadeur in Nederland, generaal Taswin Almanik Natadiningrat in De Telegraaf van 30 januari 1969 weten dat Nederland „geen systematische terreur” had gepleegd en dat „graven in ’t verleden” niet goed was voor de relatie.

De geschiedenis van Indonesië en Nederland is in beide landen dus langs strakke nationale lijnen opgetekend. Het Nederlandse debat gaat over „kolonialisme in crisis”, zegt Ariel Heryanto, hoogleraar Indonesische Studies aan Monash University in Melbourne, in Indonesië ligt de nadruk op het „antikolonialisme”, de nationale eenheid van de revolutie, „maar weinigen weten dat een land als Australië ook de revolutie steunde.”

Rekenschap afleggen van misdaden is belangrijk, en de woorden van Hueting worden eindelijk serieus genomen. Maar alleen door over de landsgrenzen heen te kijken, te luisteren naar Indonesische stemmen en ook oog te hebben voor de langetermijneffecten van kolonialisme, kunnen de Indonesische en Nederlandse ervaringen – in boeken, films, debat, media en geschiedschrijving – beter samen komen. Het is een taak die wetenschappers en opiniemakers ter harte zouden moeten nemen.
.

——————————————–

Andere sites van de auteur:
Oost Java Info,
Sultans en Raja’s in Indonesie

——————————————–

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s