De Parelkoning van Banda en koloniaal verschil

Het onderstaande artikel is van Caroline Drieënhuizen, historica, universitair docent en gespecialiseerd in de geschiedenis van (koloniaal) Indonesië, materiële cultuur (vooral objecten) en kritische erfgoed- en museumstudies.
Het is gepubliceerd op haar blog Koloniaal verleden, voortdurende erfenis. Indonesie en Nederland.


Het leven van de rijkste man op Banda rond 1900, Said Tjong Baädilla (1859-1933) laat zien hoe gekoloniseerden door hun culturele hybriditeit en maatschappelijke positie op weerstand en discriminatie stuitten in een door westerse koloniale machtsverhoudingen gedomineerde wereld. Een wereld waarin het verschil tussen kolonisator en gekoloniseerde duidelijk kenbaar moest worden gemaakt en waarin zij die onbedoeld de grenzen op zochten van dat verschil niet getolereerd werden.

In de herfst van 1903 werd Said Tjong Baädilla (1859-1933), terwijl hij over de Amsterdamse grachten slenterde, bespot en beschimpt. In een restaurant in de hoofdstad werden hij en zijn metgezel, na het voldoen van de rekening, bovendien door andere gasten aangemaand als ‘zwarten’ snel op te ‘donderen’. De krant De Sumatra Post vermeldde het en deed het af als een incident. Want heeft men niet immers overal ‘ploertige wezens’? Daarnaast vermoedde de krant dat de berichtgever, de arts en schrijver Abdul Rivai (1871-1937), die over de gebeurtenis verhaalde, een politieke bijbedoeling had met zijn berichtgeving. Was hij niet diegene die zich hardmaakte voor een onafhankelijk Indonesië, de Nederlandse kolonie waar beide mannen geboren waren? En anders had Adbul Rivai wel ‘een geheel verkeerden kijk’ op de ‘Europeesche samenleving’.

Said Tjong Baadilla op Banda, 1909. Collectie NMVW, TM-60038850

Said Tjong Baädilla op Banda, 1909. Collectie NMVW, TM-60038850.

Het is een gebeurtenis die akelig herkenbaar is in huidige maatschappij-kritische debatten waar het ter discussie stellen van racisme en discriminatie al gauw het stempel van identiteitspolitiek krijgt en daarmee als verdacht (‘het gif van deze tijd’[3]) en bedreigend wordt beschouwd. En net als nu zegt deze gebeurtenis, en het leven van en herinnering aan Said Tjong Baädilla, veel over de aanwezigheid van en het functioneren van specifieke machtsstructuren in (post)koloniale samenlevingen.

Said Tjong Baädilla

Said Tjong Baädilla (1856-1933) was rond de vorige eeuwwisseling de rijkste man op het eiland Banda in de Molukken. Zijn fortuin had hij vergaard met de handel in parels, als perkenier en door het voortzetten van de door zijn vader opgezette scheepsverbinding met Java. Als ‘raja mutiara’, oftewel ‘parelkoning’, was hij, net als veel andere Arabieren (volgens kleinzoon Des Alwi (1927-2010) kwam de familienaam uit de Filippijnen en Spanje en was die van Marokkaanse afkomst[4]) met zijn uitgebreide netwerken een onmisbare schakel voor het Nederlands-Indische gouvernement in diens pogingen dat deel van Indonesië te besturen zonder daar direct gezag te kunnen uitoefenen.[5] Het Nederlandse gezag beschouwde deze man dan ook als ‘een vriend van het gouvernement’[6] waarop men, zo ging het verhaal, nooit vergeefs een beroep hoefde te doen.

Ook voor de vele westerse wetenschappers en kunstenaars die de oostelijke eilanden aandeden was Baädilla van onmisbaar belang. Zijn huis op Banda was een museum van Molukse schatten: VOC-kanonnen, Chinees en Delfts porselein, Nederlandse rouwborden, VOC-meubilair, weefsels, paradijsvogels en natuurlijke rariteiten – en Baädilla wist overal alles van en kon bezoekers, ‘in keurig Hollandsch’ of ‘vloeiend Engelsch’[7], vertellen hoe je er de hand op kon leggen.

Zo hielp hij bioloog Max Weber (1852-1937) door hem en zijn expeditieleden allerlei ‘zeldzame zaken’ te tonen die hij had kunnen verzamelen op zijn handelsreizen. Hij introduceerde Weber bij zijn zaakwaarnemer in Dobo, de voornaamste stad in de Aru-archipel, die vervolgens zijn personeel voor Weber zou laten duiken naar allerhande zeeleven.[8] Bij geograaf AL. van Hasselt (1848-1909) maakte Baädilla zich eveneens verdienstelijk en de voordrachtskunstenaar Albert Vogel (1874-1933) schonk hij in de zomer van 1907 schelpen met parels en beeldjes gemaakt van schelpen zodat Vogel met een kleine etnografische verzameling terug naar Nederland keerde.[9] Baädilla organiseerde in 1910 ook een trip voor toeristen naar de Molukken en Australië.[10] Baädilla’s sociale netwerken en invloed tonen haarfijn aan hoezeer westerse kunsten, wetenschappen en zelfs toerisme in de kolonie stoelden op lokale kennis en netwerken.

Abdul Rivai rond 1920. Said Tjong Baadilla. Collectie NMVW, TM-30002540

Een moderne man van de wereld

Hoezeer Banda, ver verwijderd van de koloniale machtscentra, ook op het eerste oog een geïsoleerd eiland leek te zijn, was niets minder waar. Baädilla’s zakelijke en persoonlijke netwerken laten zien hoe hij continu in verbinding stond met Java, Aru, Papua, Nederland, Europa en het Midden-Oosten. Tweemaal ging hij op pelgrimage naar Mekka. In 1896 reisde hij naar Nederland af om koningin Emma een parel ter grootte van een duivenei te schenken. In 1903 werd hij in Nederland in Utrecht behandeld aan zijn oog terwijl hij daarvoor nog reisde met de Trans Siberië Express. En in 1909 vertrok hij weer af naar Europa om, na zijn onderscheidingen met de Zilveren en later ook Groote Gouden Ster van Trouw en Verdienste, als ridder in de orde van Oranje-Nassau benoemd te worden.[11] Zijn kinderen stuurde hij naar Nederland naar school en geregeld zond hij delen van zijn indrukwekkende collectie naar tentoonstellingen en jaarmarkten in Indië en Nederland. Voor Baädilla en zijn familie was de wereld groot en strekte die zich uit ver voorbij de horizon van Banda of zelfs maar de archipel.

Het koloniaal vertoog en zijn machtsstructuren

Deze invloedrijke, bereisde en vermogende man was het die in een Amsterdams restaurant beschimpt werd. En toen hij in 1928 failliet ging, wijtte de NRC dat aan de westerse levensstijl waaraan hij zijn kinderen had blootgesteld en wat ‘geen voordeel [was] gebleken voor de handelszaken der firma’. De kinderen waren gezwicht voor ‘de kostbare genoegens van Westersch groote-stadsleven’ waarna enkel ‘de schijn’ van status overbleef.[12] En zo werden Baädilla’s westerse culturele oriëntatie, samen met zijn handelszin, kennis en politieke invloed, door Nederlanders gehekeld en zelfs afgedaan als niet-oprecht en vals.

De Indiaas-Engelse letterkundige Homi Bhabha beschreef deze fundamentele paradox in de houding van de koloniserende machthebbers ten aanzien van de gekoloniseerde volkeren: aan de ene kant wilde de kolonisator de door overheerste volkeren beschaven en verwestersen, maar tegelijkertijd moest het verschil tussen kolonisator en gekoloniseerde helder blijven om de Europese dominantie in stand te kunnen houden: ‘almost the same, but not quite’.[13]

Baädilla was, net als Abdul Rivai[14], zo iemand die door zijn culturele hybriditeit onbewust de sociale grenzen op zocht van wat kon in een wereld die niet alleen binnen, maar klaarblijkelijk ook buiten de kolonie bepaald werd door koloniale machtsverhoudingen. Daarmee riep hij, even onbedoeld, weerstand op en werd hij daarmee subversief.

De reacties van de Nederlandse kranten op zijn ervaringen in Amsterdam en zijn faillissement getuigen van deze houding. Door modern en westers te zijn, zou Baädilla, zo luidde de boodschap impliciet, zijn eigen achtergrond hebben verloochend en daarmee onherroepelijk zijn eigen ondergang hebben ingeleid. Had immers Van Hasselt, de geograaf die Baädilla had geholpen, niet geschreven dat de invloed van de Europeanen meer ‘kwade dan de goede eigenschappen’ gevoed had ‘op het karakter der Maleiers’? ‘IJdelheid, wantrouwen, inhaligheid en kuiperij zijn ondeugden, in veel grooter mate eigen aan de in onzen dienst staande hoofden en ambtenaren dan aan den eenvoudigen dorpsbewoner’[15], oordeelde Van Hasselt over de bewoners van Midden-Sumatra, maar het kon evengoed gelden voor elk ander volk in de Indonesische archipel.

Heden ten dage is Baädilla, die zich actief inzette in de politiek en cultuur van de kolonie en de Nederlandse koningin en Europa net zo goed als eigen beschouwde als de Hollander die hem in het restaurant discrimineerde, vergeten en leeft hij enkel op Banda voort als lokale held. De manier waarop Nederland na de Tweede Wereldoorlog zich richtte op de geschiedenis van de natiestaat waarvan het koloniale verleden is losgekoppeld, hebben daarvoor wel gezorgd. Net als het misschien wel het denken in koloniale machtsverhoudingen dat, conform de these van Edward Said en Gloria Wekker, nog steeds Nederlands denken en handelen bepaalt.

Noten

[1] Zie ook: H.A. Poeze, In het land van de overheerser I (Dordrecht 1986).

[2] Anoniem, ‘Amsterdamsche Brieven, CXCV’, De Sumatra Post, 2 september 1903.

[3] Zie bijvoorbeeld: Jelte Wiersma, Identiteitspolitiek is het gif van deze tijd’, Elsevier Weekblad, 24 december 2017; Elma Drayer, ‘Het gif dat identity politics heet’, De Volkskrant, 30 september 2016.

[4] Des Alwi, Friends and exiles. A memoir of the nutmeg Isles and the Indonesian nationalist movement (New York 2008) 13.

[5] Sumit K. Mandal, Becoming Arab: creole histories and modern identity in the Malay world (Cambridge 2018) 51.

[6] Baädilla, NRC, 13 september 1928.

[7] V.I. van de Wall, ‘Sjech Said Bin Abdullah Baädilla. Een Arabier van beteekenis in de Groote Oost’, Nederlandsch-Indië Oud & Nieuw 15 (1931) afl. 11, p. 347, p. 350.

[8] A. Weber-van Bosse, Een jaar aan boord H.M. Siboga (Leiden 1904) p. 249.

[9] Algemeen Handelsblad, 2 oktober 1907.

[10] Van de Wall, ‘Sjech Said Bin Abdullah Baädilla’, p. 350.

[11] Des Alwi, Friends and exiles, 13.

[12] Baädilla, NRC, 13 september 1928.

[13] Homi Bhabha, ‘Of mimicry and man: the ambivalence of colonial discourse,’ in: idem, The Location of Culture (Londen / New York 1994) 85-92.

[14] Zie hiervoor ook het proefschrift van Bart Luttikhuis, Negotiating modernity: Europeanness in late colonial Indonesia, 1910-1942 (2014) 3.

[15]  P.J. Veth e.a. (waaronder A.L. van Hasselt), Midden-Sumatra: reizen en onderzoekingen der Sumatra-expeditie, uitgerust door het Aardrijkskundig Genootschap, 1877-1879 (Leiden 1881-1892) p. 35.


 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s